Het is een gewaagde keuze om eens geen vrolijke, luchtige en typische schoolmusical op de planken te brengen maar het lukte docent en regisseur Arno van Bergen weer en op fabuleuze wijze leerlingen uit alle jaarlagen te laten schitteren in Rebecca. De musical na het boek van de Engelse schrijver Daphne du Maurier waarin thema’s als zelfdoding, haat en moord niet geschuwd worden.
Door redactie Mediahuis Nijmegen
Eenzaamheid als rode draad door alle personages
Er is gekozen voor een sober decor, veel zwarte vlakken, weinig meubilair en wat vintagebehang om de toch wel grimmige sfeer van de musical voelbaar te maken. Ook de keuze voor een uitvoering in de aula van de school, gebouwd als een Romeins theater, verhoogt de intimiteit en de spanning. Je zit met je neus bovenop de spelers, ziet elke uitdrukking en wordt steeds door al het zwart, getrokken naar de eenzame figuurtjes op de speelvloer. Want dat zijn ze eigenlijk allemaal. Of het nu gaat om de ietwat hysterische mevrouw van Hopper, glansrijk neergezet door docente Nederlands Sharon Thal, Maxim de Winter die derdeklas leerling Daan vertolkt in alle aardige en onaardige facetten, mevrouw Danvers, de voelbaar gefrustreerde huishoudster die docent maatschappijleer Eline met warme stem toch de juiste kilheid geeft of de nieuwe mevrouw de Winter, klein en fijn maar misschien wel de krachtigste dame in dit verhaal. Een ontroerende keuze van de regisseur om juist deze rol door brugklasser Anna te laten spelen.
De zangers weten het verhaal over te brengen
Rebecca blijft onzichtbaar, al klinkt haar naam steeds weer maar juist haar afwezigheid houdt je als toeschouwer in de greep. Wie was zij, hoe was zij en waardoor heeft zij de levens van al deze mensen beïnvloed en beïnvloedt zij die nog steeds over haar dood heen? De angst voor haar wispelturige karakter is met name voelbaar in Ben Crompton, de arme strandjutter die, gespeeld door economiedocent Rudi, een paniekerige gek wordt die niet gek maar slim blijkt te zijn en als enige doorheeft wat er is gebeurd. De teksten zijn pittig en wel iets anders dan meezingers als ‘You’re the one that I want’ of ‘Mamma Mia, help daar ga ik weer’ maar alle zangers kennen hun tekst feilloos, begrijpen wat ze zingen en brengen met veel expressie het verhaal over.
De kracht van de figuranten
En dan is er het ensemble. In zwart gekleed met een witte touch als zij de bedienden van Maxim de Winter spelen of met een gouden element als gasten op het bal masqué. Zij ondersteunen het verhaal, vormen een liefdevol geheel en dansen de sterren van de hemel. Arno’s choreographie blijft dan ook een streling voor het oog. Een chique hofdans, de zeemansdans op het strand of de slotscène, elke move is doordacht en strak ingestudeerd. Ook Jur, weer even terug als licht en geluidstechnicus, leidt zijn team van Thomas, Kas en Gijs door de geluidseffecten. We wanen ons aan zee, horen de woeste golven en de kletterende regen en we ruiken de brand op landgoed Manderley als de rookmachine volop aangaat.
Dat gevoel van trots!
Professioneel tot de laatste minuut. In slechts zes maanden ingestudeerd blijft het een productie zo passend bij het Canisius College waar nog steeds geldt dat je het met elkaar doet, dat het voor en door leerlingen gebeurt en dat het niet gaat om spectaculair zijn in een professionele theaterzaal maar waar je groots mag zijn in een uitvoering op school. Als afdelingsleider Marijn Noorduijn aan het eind van de voorstelling alle aanwezige, medewerkers, ouders en kinderen vraagt de bloemen van dank mee te helpen uitdelen, stormt er dan ook een trotse massa van de tribune. Ook regisseur Arno van Bergen straalt van trots! Onder zijn leiding krijgt iedereen een kans alle angsten over boord te gooien en vooral het lef te hebben te zingen, dansen, grimeren, decoreren, licht en geluid te regelen en volop jezelf te mogen zijn.




