Doen! Kindertelefoon bellen!

1
183

In het kader van ‘De week tegen het pesten’ volgen we Esther, een fictief personage dat in haar dagboek vertelt over hoe het is om gepest te worden. Elke dag lezen we iets meer over haar angsten, de pestkoppen en de reacties van de omgeving. 6 Brugklassers brengen haar verhaal in beeld. In dit laatste deel geeft Tess Damen niet alleen een stevige boodschap aan de pestkoppen maar laat zij ook zien wat de juiste weg is die je moet bewandelen als je gepest wordt!

Door Tess Damen

Lief Dagboek,

Ik lag daar maar versuft, geen energie, geen sprankeltje vreugde. Gewoon met nare gedachten in mijn hoofd. Gedachten aan hoe het zou zijn om er niet meer te zijn…Ineens hoorde ik mijn vader roepen ”Esther, Jazz is hier.” Jazz, de laatste die ik nu zou willen zien! ”Stuur haar maar weer weg, ik ben huiswerk aan het maken” riep ik terug. Toen hoorde ik de deur weer dichtgaan. Ik viel moedeloos terug in een stapel kussens. Mijn leven waar ik geen zin meer in had. Mijn vader kwam naar boven. ”Esther, het eten is klaar.” ”Ik kom eraan” riep ik terug. Ik liep de trap af en ging aan tafel zitten. Ik zag de soepkom op tafel staan. Mijn vader had mijn lievelingseten voor mij gemaakt, maar om de een of andere reden had ik geen zin om te eten. Langzaam at ik mijn soep op. ”Heb je geen honger vandaag?” vroeg mijn vader. Ik haalde mijn schouders op. Ik stond op en trok mijn jas en schoenen aan. Voordat ik de deur achter mij dichtgooide riep ik nog ”Ik ga even een rondje lopen” Langzaam liep ik over straat met mijn oortjes in. Ik lette niet op waar ik liep en ineens stonden James en Milan voor mij. Ik schrok en viel bijna naar achter. Nog net kon ik mijn evenwicht bewaren, maar daarom lette ik even niet op bij wat er om mij heen gebeurde. Ik kreeg een duw van Milan en landde met een harde klap op de grond. Ze bogen over mij heen, nu pas zag ik dat Jazz er niet bij stond. Ik had niet veel tijd om daarover na te denken want ik kreeg een harde klap op mijn hoofd en raakte bewusteloos.

Toen ik bijkwam waren Milan en James weg. Ik stond op, Ineens voelde ik verschrikkelijk veel pijn aan mijn elleboog. Die was dus helemaal rood en op sommige plekken ook al blauw. Ik stond op, maar ik wou niet naar huis dan zou ik alleen maar vragen van mijn vader krijgen en daar had ik nu echt geen zin in. Ik besloot verder te lopen. Ik liep verder en ik kwam aan bij een sloot. Ik voelde mij nu nog slechter na wat er net gebeurd was. Ik had nu gewoon echt helemaal nergens meer zin. Ik dacht dat het gepest toch nooit zou stoppen. Ik keek naar de sloot, zou ik er gewoon inspringen? Even dacht ik na. Gewoon in een keer rust aan mijn hoofd? Ik liep naar de sloot en keek even. Langzaam ging ik op mijn buik liggen met mijn gezicht steeds dichter bij het donkere water. Ik voelde mij steeds lichter in mijn hoofd, de wereld om mij heen verzwakte en toen hoorde ik vanuit de verte: ”NEE ESTHER, DOE DIT ALSJEBLIEFT NIET!” en werd het donker om mij heen.

Ik werd wakker en hoorde allemaal stemmen en voetstappen. Ik had heel erg hoofdpijn en ik voelde me erg moe. Ik probeerde mijn ogen open te doen maar dat maakte de hoofdpijn alleen maar erger dus sloot ik mijn ogen weer. Ik hoorde mijn vaders stem ”komt het goed met haar?” Ook hoorde ik iemand zachtjes huilen. Na een tijdje werd de hoofdpijn minder en deed ik mijn ogen open. Ik hoorde een stem roepen ”Ze is wakker!” Ik hoorde mijn vader huilen van blijdschap ”Je leeft nog!” Hij omhelsde me en ik voelde mij gelijk een stuk beter. Toen hoorde ik het gesnik weer. Met veel moeite draaide ik mijn hoofd om. Ik zag Jazz op een stoel in het hoekje van de kamer zitten snikken ”Het was allemaal mijn schuld.” Ik keek om me heen, nu pas zag ik dat ik in een ziekenhuisbed lag.

Het is nu een paar weken later. Nadat ik wakker werd moest ik nog een dag in het ziekenhuis blijven en toen mocht ik weer naar huis. Het gaat nu beter met mij. Toen ik weer thuis was heb ik contact opgenomen met de kindertelefoon. Daar heb ik een hele aardige vrouw ontmoet die mij erg geholpen heeft. Elke maandag ga ik naar haar toe en dan praten we over hoe de week ging en wat ik leuk en minder leuk vond. Ook hebben we veel gepraat over wat er vroeger gebeurd is. Op school gaat het ook veel beter. Milan en James zijn geschorst en ik word nu ook niet meer gepest. Jazz en ik zijn beste vriendinnen geworden. Doordat ik nu geen last meer heb van het gepest kan ik me beter concentreren en krijg ik ook steeds betere cijfers. Ik ben nu heel blij dat ik erover ben gaan praten. Ik voel me veel beter. Ik hoop nu dat niemand anders hetzelfde meemaakt als dat wat ik heb meegemaakt, maar helaas gebeurt dat soms nog wel. Ik heb nog een tip voor iedereen: ga nooit iemand anders pesten je weet niet hoeveel verdriet dat veroorzaakt. Als je merkt dat dit bij iemand anders gebeurt, vertel het tegen iemand die weet wat hij/zij moet doen, want niemand verdient dit.

1 REACTIE

  1. Een prachtig verhaal heeft Tess geschreven. Ze heeft echt talent om te schrijven. Ze kan zich inleven in personages, heeft oog voor detail en brengt haar positieve boodschap luid en duidelijk over. Een leerling waar we vast meer van gaan horen.
    Martinette Selten,
    rector Canisius College

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here