In het kader van ‘De week tegen het pesten’ volgen we Esther, een fictief personage dat in haar dagboek vertelt over hoe het is om gepest te worden. Elke dag lezen we iets meer over haar angsten, de pestkoppen en de reacties van de omgeving. Zal zij aan het eind van deze week de oplossing hebben gevonden? 6 Brugklassers brengen haar verhaal in beeld. Mies Plette schreef de derde dag van Esther. Het net aan pesterijen lijkt zich om haar te sluiten maar het blijft niet langer ongezien.

Door Mies Plette

Lief Dagboek,

Vierde keer vandaag dat ik eruit word gestuurd. En het is het vijfde uur! Ik kan er ook niks aan doen dat ik de hele tijd half in slaap val. Ik heb gewoon weinig slaap gehad. Ik heb de hele nacht liggen piekeren over het gepest. En toen ik eindelijk sliep werd ik wakker gemaakt door mijn irritante zusje Cindy. AAARGGG! Ik haat haar. Tijdens de pauze ging het ook niet echt lekker. Nu heb ik een bult op mijn voorhoofd, krassen op mijn been en een bloedneus gehad. Waarom ik altijd? Die vraag blijft mijn leven lang in mijn hoofd. Waarom ik? Waarom, wat heb ik gedaan? Ben ik te klein? Is mijn neus te lang? Heb ik schuine ogen? En dan kan ik er helemaal niet tegen dat Jazz ook meedoet. Ik zit hier jankend te schrijven en ik ben er gewoon klaar mee. Misschien moet ik gewoon bellen. Nee, juist dan vinden ze me laf! Wacht even, er komt iemand aan.

Nee, laat maar. Ben weer uitgescholden. Het was James. Dit keer ben ik een brulaap. Hup, die kan op het lijstje. Maar ik hoop dat het ooit beter gaat. ik haat ze. Ik kan er niet meer tegen. Ik wou dat ik net zo was als de rest. Dat ik niet gepest werd en dat ik gewoon werd behandeld. Maar dat gaat niet want iedereen moet toch iets te doen hebben? Zucht. Nou, zoek maar een ander slachtoffer. De bel gaat. Ik zal zo verder schrijven. Het is pauze dus ook tijd om geslagen te worden.

Auw. Dat ging niet echt goed. Ik lig nu op de bank thuis. Mijn stiefmoeder is me komen halen. Ze denkt dat ik van de trap viel. De tweede keer in de week. Ik zat op een bankje en werd eraf geduwd. Ik heb nu een schram op mijn arm. Mijn hoofd bonkt. Ik hoop dat het morgen beter gaat. Zal ik de kindertelefoon bellen?

Oké, ik belde de kindertelefoon. Maar ik hing op. Te spannend. Misschien is een pesterij niet heftig genoeg. En een scheiding en een stiefmoeder ook niet. Zucht. Waarom ik altijd. Ik ging maandag ook naar school maar toen deed Jazz dus ook mee. Ik zal het mijn ex-BFF nooit vergeven. Ik hoop dat ik nieuwe vrienden kan maken. In mijn eentje is het nog stommer. Dan gaat alles naar jou! Gepest worden is echt rot. Ik pak even een koptelefoon hoor, wacht even. AHH, mijn lieveling-song. LALALA! Even lekker schreeuwen is echt chill. I WOULD BE LIKE THIS, CLOSE TO THE SUN! LALALAAA! Oh nee, daar is Cindy. Ik ga zo verder

Nu zit ik op mijn kamer omdat Cindy zogenaamd last van mijn muziek had… DAT IS WEL RAAR ALS ZE IN EEN ANDERE KAMER AAN DE ANDERE KANT VAN HET HUIS ZIT EN IK EEN KOPTELEFOON OP HEB! En ik heb het al moeilijk genoeg. Oh, wacht! Shi… oh ja, ik mag niet meer schelden van mijn stiefmoeder. Heb ik al verteld dat ze “Petunia” heet? Nou, ik noem haar gewoon “Hond”. Lekker puh. Maar eh… mijn bloedneus is weer begonnen te lopen dus tot straks.

Oké, ik zit hier met een papiertje in mijn neus te mokken omdat mijn koptelefoon is afgepakt, ik weer gepest ben op school en mijn zusje echt super s… stom doet, sorry. Ik vergeet de nieuwe “verantwoorde” regel steeds. GRRRR! IK HAAT MIJN LEVEN!!! GRRRR! Ik wil gewoon een normaal leven. Zoals iedereen. Dan was mijn leven vast leuker. Mijn leven is gewoon… stom! Ik haat mijn leven. Maar voor zelfmoord is het te leuk. Al heb ik niet echt iets te lachen. Het is gewoon stom. Wacht, papa roept. Hij gaat boodschappen doen. Ik ga even mee. Dan kan ik er even uit.

Niet normaal. Auw. Ik haat mijn leven. Je raadt noooooooit wie we tegenkwamen bij de supermarkt. Juist, Milan. ARGG!! Weer een klap op mijn neus en weer een bloedneus. Mijn leven is echt bagger. En erger nog, papa weet ervan. Maar ik zei dat het vast per ongeluk ging. Ik hoop dat hij het gelooft. Ik wil natuurlijk hulp, maar ik wil niet dat pap zich ermee bemoeit. Hij is wel zorgzaam en zo maar hij en Hond mogen het gewoon niet weten. O, nu moeten we eten. Tot morgen, Lief Dagboek, ik hoop dat het dan beter gaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here